Bestuur en beleidsplannen

Bestuur en bevoegdheden

In de Wet veiligheidsregio’s is in artikel 2 is vastgelegd dat het college van burgemeester en wethouders van een gemeente belast is met de organisatie van:

a. de brandweerzorg;

b. de rampenbestrijding en crisisbeheersing;

c. de geneeskundige hulpverlening

De bevoegdheden van de burgemeester zijn uitgewerkt in de artikelen 4 en 5.

Artikel 4 regelt het gezag van de burgemeester bij brand, alsmede bij ongevallen anders dan bij brand, voor zover de brandweer daarbij een taak heeft.

Artikel 5 van de Wet veiligheidsregio’s bepaalt dat de burgemeester het opperbevel heeft in geval van een ramp of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Degenen die aan de bestrijding van een ramp deelnemen, staan onder zijn bevel.

Bestuurlijke bevoegdheden: bovenlokale rampen

Voor bovenlokale rampen en crises, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de voorzitter van de veiligheidsregio volgens artikel 39, eerste lid, ten behoeve van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de betrokken gemeenten bij uitsluiting bevoegd toepassing te geven aan de bevoegdheden van de betrokken burgemeesters, die zijn beschreven in:

a. de artikelen 4 tot en met 7 van de Wet veiligheidsregio’s;

b. de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid;

c. de artikelen 12, 15, eerste lid, 54, eerste lid, 57, eerste lid en 60b, eerste lid, van de Politiewet 1993;

d. de artikelen 5 tot en met 9 van de Wet openbare manifestaties.

De voorzitter van de veiligheidsregio roept een regionaal beleidsteam bijeen, dat bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten die betrokken zijn of dreigen te worden bij de ramp of crisis, alsmede uit de hoofdofficier van justitie. De voorzitter van elk direct betrokken waterschap wordt uitgenodigd deel uit te maken van het beleidsteam. De voorzitter van de veiligheidsregio wijst een regionaal operationeel leider aan, die is belast met de leiding van een regionaal operationeel team, dat bestaat uit leidinggevenden van de betrokken diensten. De regionaal operationeel leider neemt deel aan de vergaderingen van het regionaal beleidsteam. De voorzitter van de veiligheidsregio nodigt voorts de functionarissen wier aanwezigheid in verband met de omstandigheden van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen. Tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, neemt de voorzitter van de veiligheidsregio geen besluiten dan nadat hij het regionaal beleidsteam daarover heeft geraadpleegd. Een burgemeester kan in het regionaal beleidsteam schriftelijk bezwaar doen aantekenen, indien hij van mening is dat een voorgenomen besluit het belang van zijn gemeente onevenredig schaadt. De voorzitter van de veiligheidsregio geeft de regionaal operationeel leider de bevelen die hij nodig acht in verband met de uitvoering van de door hem genomen besluiten. Zodra de omstandigheden het toelaten, ontbindt de voorzitter het regionaal beleidsteam.

De commissaris van de Koning ziet toe op de samenwerking in het regionaal beleidsteam en kan daartoe aanwijzingen geven. De commissaris van de Koning verricht de werkzaamheden, volgens een door de regering gegeven ambtsinstructie. De commissaris van de Koning kan, in geval van een ramp of crisis van meer dan regionale betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de voorzitter van de veiligheidsregio, zo mogelijk na overleg met hem, aanwijzingen geven over het inzake de rampenbestrijding of crisisbeheersing te voeren beleid.

Op internet gepubliceerde beleidsplannen:





Geef een reactie